Na de dagelijkse ochtendmeditatie ben ik niet meteen naar het bos gegaan om te trainen. Het is zes uur in de ochtend. Sinds het uitbreken van de Corona-crisis train ik in de vroege ochtend tussen half zes en zeven zodat ik vrijwel geen andere mensen tegen kom. Ik ben aan de werktafel gaan zitten en schrijf. Na een wat onrustige nacht. Niet een slechte nacht, maar wel wat onrustig.


Ik lees mijn aantekeningen door die bedoeld waren voor de aanvraag bij het Centrum Beeldende Kunst. Uiteindelijk heb ik ze niet gebruikt en gekozen voor een wat meer globale omschrijving van het project, genaamd De Corona Archieven. De tweede keer dat Corona terugkomt op een pagina met, tot nu toe, slechts twee korte alinea’s. Een subsidie aanvraag om een project te gaan uitvoeren rond dit thema. Maar ben ik de hele situatie ook niet zat? Juist een project gaan doen waarbij je hebt aangegeven dat het einde van het project zal samenvallen met het vinden van een vaccin. Was de nacht daarom onrustig?

Een fenomeen dat zoveel is verbonden met het leven en de werking en betekenis van de tijd. De oorzaken en de gevolgen. Een nieuwe financiële crisis zal volgen en in een aantal andere landen is deze al begonnen. Dat zijn cijfers en labels. Benamingen. Ik wil iets zeggen en ik kan niets zeggen. Het vinden van de woorden om op te schrijven blijkt lastig deze ochtend. En toch is er een abstracte invulling van dit alles. De terugkeer van de symbolen in mijn taal. Dat zou wellicht uitkomst kunnen brengen.

Een gevoel, dat na al die weken van onrust, er ruimte ontstaat. Het is dan belangrijk, misschien zelfs noodzakelijk om die gedachten goed vast te houden. Vooral omdat ik ze eigenlijk niet, of nog niet goed, kan verwoorden, ze te abstract zijn. Misschien wel visualisaties. Op dit moment. En dus vasthouden van de symbolen.

Het individuele en het specifieke en dan schrijven over de grotere structuren ten opzichte van het persoonlijke leven en beleven en registreren daarvan. Het specifieke en de ambiguïteit. Dit zal ik wel gaan aangeven in de aanvraag.

Het werken aan het totaal-archief. Het persoonlijke totaal-archief waar leven en werk bijeenkomen. Kunst = Leven. En de symbolificatie. Opnieuw. Het systeem, het archief en het leven. Het totaal, het werk dat is gemaakt. het werk dat wordt gemaakt. Verbonden met het persoonlijke leven. Het ritme is dat wat nu creëert. Het ritme is dus Kunst = Leven. De fragmenten en de dagboeken ontstaan in het ritme, maar gaan uiteindelijk over naar een werk. Dan vallen de fragmenten samen en ontstaat er een nieuw geheel. Verbonden met alles dat ervoor bestond en verbonden met alles dat daarna zal komen.

“Het werk behandelt filosofische vraagstukken, ervaringen en thema’s en kent uiteenlopende en soms dubbelzinnige betekenissen toe aan het ritme, aan dus het leven”. Deze zin zal ik gebruiken in de aanvraag. Ambiguïteit is een dubbelzinnige taalconstructie. Ze kan zowel in natuurlijke talen als meer in het algemeen in alle talen voorkomen. Alles, of alle dingen hebben meerdere kanten. Hier stopt het voorafgaande hoofdstuk. Zo komen we aan op een kruispunt. En besef ik dat dit een nieuw startpunt is. Of, althans, zou kunnen zijn. Ja altijd toch wel die twijfels. Koers zetten naar verfijning van de dubbelzinnige lagen in het werk.

Terwijl ik dit uiteindelijk heb weten op te schrijven speelde Casta Diva van Maria Callas. Het nummer is ook opgenomen in de soundscore van de film Nijinsky van Paul Cox. Het nummer klonk door het huis in Istanbul vroeg in de ochtend op ongeveer dezelfde tijd, rond zes uur. Dat vond ik de prettigste tijd in dat leven daar. Vervolgens wordt er gesneden in de filmmontage. Van Rotterdam via Istanbul, Parijs en Berlijn naar Bangkok.

021211. Parijs.

In de wijk Bastille. Nabij metrostation St. Paul schrijf ik de eerste bladzijden vol van dit nieuwe reisdagboek. Vanmorgen vroeg rond half zeven ben ik aangekomen in Parijs. Het hotel had ik eerder deze week al geboekt. Hotel Nemour in een zijstraat van Avenue de la Republique. In de buurt van de Bastille en van Pere Lachaise. Terwijl de marktkooplui hun kramen aan het optuigen waren, heb ik in de vroegte gezocht naar het hotel. Ik liep de verkeerde kant op van de markt en het was al licht toen ik uiteindelijk bij het hotel aankwam. Nadat ik mijn backpack achtergelaten had, ben ik gaan lopen richting Pere Lachaise. Nog misselijk van de reis, de gebroken nachtrust en het verstoorde ritme van de afgelopen week. Ik voelde mij ineens erg eenzaam en somber.

“Wat moet ik toch hier? Is dit een manische bui? Waarom zou ik mij in deze stad beter voelen dan in mijn huis?” Ik moet aan Y. denken. Ik ben nu alleen op reis. Geen momenten te delen behalve in het schrijven, op de latere momenten. Ze is er nu niet bij.

Pere Lachaise nam de ochtend in beslag. Voordat ik de begraafplaats opliep, had ik een klein flesje rode wijn gekocht bij een marktje in de buurt van één van de ingangen. Na een half uur zoeken vond ik het graf van Modigliani. Daar heb ik het flesje wijn opgedronken. Ik besefte dat daarmee mijn reis begonnen was.

Dit is misschien een kantelpunt. Misschien ook niet. Een hoofdstuk afsluiten. Een nieuw beginnen. Ik zoek naar aanwijzingen in de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. De onrust van de afgelopen weken waren er signalen van een opkomende manie. Dus hoe kan ik hier die betekenis aan toekennen?


Nu ik dit allemaal opgeschreven heb, voel ik weer wat meer rust en helderheid. Een bepaalde duidelijkheid en een start. Een helder handschrift en de zwarte inkt. Een verandering zou kunnen komen. Ben ik daar dan klaar voor? Schrijven aan de grote witte houten werktafel in het huis van de herinneringen. De tijd dat de filosofie het werk overneemt. Daar waar het altijd al erg belangrijk is geweest, maar minder aanwezig nog in het werk. Dat denk ik tenminste. Dus wil ik nu die nieuwe structuur gaan aanbrengen. Een meerjarentraject via de geschiedenis van de westerse- naar de oosterse filosofie. Het zou niet passen bij mijn leven wanneer dat traject niet begint bij het begin, en gaat zoeken naar een groot overzicht. Langzaam maar grondig. Niet te veel plot wisselingen. Niet bang zijn om opnieuw te beginnen. Het werk van Bertrand Russell als handboek. Als gids. Eerder dit jaar stuitte ik op een artikel op de website van de BBC waarin stond dat er diverse audio opnamen van hem waren gevonden. Ik heb dat artikel opgeslagen omdat ik aanvoelde dat ik er misschien later iets aan zou kunnen hebben. Ik meen dat ik daarom zijn boek kies als startpunt, maar ook als handboek voor het herbeleven van herinneringen.


Het is tijd om de vervolgstap te gaan zetten. Dat ritme van de betekenis nader te onderzoeken. Kunst = Leven


© 2020 by BARKODE